Eerst doen, dan durven

Soms kan ik me flink drukmaken om dingen. Met name als ik me op nieuw terrein begeef en dingen doe die ik nog niet eerder heb gedaan. Als ik mezelf op een levenslevel bevind dat ik nog nooit heb gespeeld. Figuurlijke knikkende knietjes krijg ik ervan. Het zorgt er vaak voor dat ik dingen ga uitstellen of gewoon wegloop. Terwijl er zo’n mooi gezegde is dat luidt: Iets met een grot niet in durven terwijl er juist in de grot die je het engst vindt de meest waardevolle schat ligt.

Maar hoe langer ik soms dingen uitstel waarvan ik voel dat ze noodzakelijk zijn voor mijn persoonlijke groei, des te banger en onzekerder ik word. Nu maak ik dit wel eens op spreekwoordelijke wijze mee maar er is ook een moment geweest dat dit vrij letterlijk was. Curaçao, 2011. Samen met mijn vader had ik een dagje op het strand gelegen. We liepen terug naar de auto toen we een groepje Nederlandse toeristen in een cirkeltje zagen bij een klif. Druk gebarend en joelend probeerden een aantal jongens een meisje ervan te overtuigen om met ze mee te springen. Let wel: de klif was zo’n tien meter hoog.

Gewapend met mijn grote mond liep ik op het groepje af. Ik kwam naast het meisje staan, keek haar even kort aan en keek daarna vrij nonchalant voor me uit. “Als jij springt, spring ik ook,” blufte ik. Ze keek me met haar bange ogen aan maar leek gerustgesteld dat er eindelijk iemand wat vrouwelijk gezelschap had gevoegd bij de groep. Niet alleen maar joelende jongens die haar onder druk probeerde te zetten maar nu ook iemand van haar soort. “Nee, ik meen het. En weet je, ik zou het gewoon doen. Dan heb je het maar gehad en dan ben je super trots op jezelf als je het hebt gedaan. Straks krijg je er spijt van omdat je het niet hebt gedaan.” Mijn vader is inmiddels achter me gaan staan en doet er een schepje boven op: “Zo hoog is het nou ook weer niet.”

Na een korte (of lange – ik weet het niet meer) aarzeling zie ik haar naar de rand lopen. Met letterlijke knikkende knietjes. Ze kijkt mij en de jongens nog even aan. En dan springt ze. Een kort gilletje volgt en we horen haar plonsen in het water. Ik wil alweer terug lopen naar de auto, blij dat ik mijn rol als aanmoediger heb vervuld als ik haar hoor roepen: “En nu jij.” Shit. Er restte me nog een bluf die waargemaakt moest worden. Met een strak gezicht loop ik naar de rand en snap ik voor het eerst de onzekerheid van het meisje. Deze hoogte is niet mis.

Waar ik in 2010 zonder aarzeling mezelf de diepte in liet vallen op 70 meter hoogte – bungeejumpen noemen ze dat geloof ik – was ik me nu toch een partij bang. En ik voelde dat ik banger werd met elke seconde dat ik langer aan de rand genageld stond. Des te langer ik wachtte des te banger ik werd voor de sprong. En banger. En banger. En – jawel – banger. En dan haak ik af. Ik zeg de jongens dat ik het niet doe en loop met mijn vader terug naar de auto.

Op weg naar de auto draai ik me nog even om. Het is inmiddels al richting het einde van de avond en de zon laat zich soepeltjes zakken in de mooie blauwe zee van Curaçao. Ik vertraag mijn pas en sta stil mijn blik strak op de horizon geworpen. Ik hoor mezelf nog tegen het meisje zeggen dat ze er spijt van zal krijgen als ze het niet zou doen. En dan gebeurt het volgende: mijn oorbellen trek ik uit mijn oren en laat ik met m’n kleding op de grond vallen. Ik ren naar de klif en ik spring. Ik voel me diep in de zee zakken en wanneer ik eindelijk weer boven ben om naar adem te happen kijk ik weer naar achter. Ik zie de roze gloed van de zon verspreid over de horizon. Ik hoor de jongens joelen. Van mijn vader klinken iets minder enthousiaste kreten. En ik ben blij dat ik het gedaan heb.

Had het fout af kunnen lopen? Uiteraard. Het was een sprong van tien meter van een klif dat een niet geheel ongevaarlijke klif bleek te zijn achteraf. Maar met elke sprong komt een risico. De vraag is of je het ervoor over hebt. En of je denkt spijt te hebben als je het niet doet.

Ik ben vrij willekeurig begonnen met het schrijven van dit stuk omdat ik me gespannen voelde, zenuwachtig en het soms eng vind om een stap te zetten waarvan ik weet dat ik die moet maken. Dan vraag ik me af of ik dingen wel kan, of ik niet te ambitieus ben en te veel wil, waarom ik niet even gewoon lekker normaal kan doen. Ik ben begonnen met het dit omdat ik voelde dat als ik langer zou wachten met de sprong, ik banger zou worden. Ik ben begonnen met het stuk omdat ik hoop dat dit ook iets kan betekenen voor iemand anders.

De boodschap moge duidelijk zijn: Waag die sprong. Wat het dan ook maar voor jou mag zijn in je leven. Tijdens het lezen van dit stuk zou het zomaar eens kunnen zijn dat je heel goed aanvoelde bij jezelf wat het is dat jij te doen hebt. Wat het is dat je langs de rand van de klif doet ijsberen en waardoor je banger wordt omdat je het niet aan het doen bent.

Maak de sprong. Hoeft niet eens een hele grote sprong te zijn. Mag ook een huppeltje zijn. Of twee.

Eerst doen. Dan durven.

Succes.

Dit stuk verscheen op 7 maart 2016 op www.naomifelesita.com.

Advertisements

One thought on “Eerst doen, dan durven

Laat je bericht achter na de -piep-

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s